ECLI:NL:RVS:2024:5174, Raad van State, 18-12-2024, 202406859/1/R4 en 202406859/2/R4 — RVS:2024:5174
Samenvatting
Bij besluit van 11 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom gelast om het bedrijfsmatig fokken en houden van honden en cavia’s op het perceel [locatie] in Ede te staken en gestaakt te houden, door het aantal honden terug te brengen naar maximaal 5 stuks, inclusief nestjes, en het aantal cavia’s naar maximaal 10 stuks. Op 28 november 2022 en 4 april 2023 heeft een toezichthouder controles uitgevoerd op het perceel. Volgens het college blijkt uit deze controles dat op het perceel bedrijfsmatig honden en cavia’s gefokt en gehouden werden, wat niet in overeenstemming is met de ter plaatse geldende woonbestemming. [verzoekster] betoogt dat het college en de rechtbank er ten onrechte van zijn uitgegaan dat het houden van de honden en cavia’s op het perceel in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens [verzoekster] gaat het niet om een bedrijfsmatige activiteit en heeft het houden van de honden en cavia’s slechts een beperkte ruimtelijke uitstraling, die in overeenstemming is met de woonbestemming.
Betrokken advocaten
mr. M. Grotenhuis
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:41, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 23/1316 en 23/1317
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12744, Rechtbank Rotterdam, 29-10-2025, C/10/692892 / HA ZA 25-88
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:6654, Rechtbank Gelderland, 11-08-2025, 25/1427
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:4402, Rechtbank Gelderland, 18-07-2023, C/05/420177 / KG ZA 23-182
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202406859/1/R4 en 202406859/2/R4
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5174