ECLI:NL:RVS:2025:1153, Raad van State, 19-03-2025, 202402549/1/A2 — RVS:2025:1153
Samenvatting
Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 15 april 2023 een urgentieverklaring aangevraagd, omdat haar huidige woning haar gezondheidsklachten verergert. Daarnaast voelt zij zich onveilig in haar woning. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem, [appellante] het huisvestingsprobleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen, het huisvestingsprobleem niet of in onvoldoende mate wordt opgelost door verhuizing naar een andere zelfstandige woonruimte en [appellante] niet aantoonbaar heeft gereageerd op het beschikbare woningaanbod. Ook heeft het college geen reden gezien om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft slechts één van de vier algemene weigeringsgronden beoordeeld, omdat het van toepassing zijn van één algemene weigeringsgrond leidt tot afwijzing van de aanvraag.
Betrokken advocaten
mr. A.C. Visser
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:643, Raad van State, 04-02-2026, 202205612/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:526, Raad van State, 04-02-2026, 202306246/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:971, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, 23/6638
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:8281, Rechtbank Den Haag, 12-05-2025, 25/2763
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 maart 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402549/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1153