ECLI:NL:RVS:2025:1704, Raad van State, 16-04-2025, 202305736/1/A2 — RVS:2025:1704
Samenvatting
Bij besluit van 4 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [wederpartij] een boete van € 10.000,00 opgelegd voor het gedeeltelijk onttrekken van zijn woning uit de woningvoorraad door het bedrijfsmatig te exploiteren. [wederpartij] huurde sinds 1 oktober 2020 een flatwoning op de derde verdieping aan de [locatie] en sinds 22 maart 2021 stond hij ook op het adres van de woning ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De woning bestaat uit een woonkamer, twee slaapkamers, toiletruimte en een keuken. Op 29 juni 2021 hebben inspecteurs Handhaving van de Haagse Pandbrigade de woning bezocht. Tijdens de controle hebben deze toezichthouders geconstateerd dat de woning in gebruik was als een cocaïnewasserij. Bij besluit van 30 september 2021 heeft de burgemeester van Den Haag te kennen gegeven de woning voor een periode van zes maanden te sluiten. In geschil is de vraag of [wederpartij] zijn woning - gedeeltelijk - heeft onttrokken aan de woningvoorraad door deze woning beschikbaar te stellen om deze bedrijfsmatig in gebruik te nemen voor een cocaïnewasserij.
Betrokken advocaten
Versteegh c.s Advocaten, 'S-GRAVENHAGE
mr. V. Boender-Wiebenga
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:43, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 23/1956, 24/732, 25/373 en 25/374
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19992, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, 09-319226-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:17350, Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, 09/386775-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:12034, Rechtbank Den Haag, 27-06-2025, SGR 23/12, SGR 23/140, SGR 23/423, SGR 24/714 en SGR 24/1459
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 april 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202305736/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1704