ECLI:NL:RVS:2025:1827, Raad van State, 23-04-2025, 202402020/3/V3 — RVS:2025:1827
Samenvatting
Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. In deze uitspraak staan twee rechtsvragen centraal. Dit besluit heeft de staatssecretaris op 29 januari 2024 ingetrokken, omdat de Afdeling bij uitspraak van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, had bepaald dat het recht op bescherming dat appellant geniet op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, van rechtswege eindigde op 4 maart 2024. De eerste rechtsvraag gaat over de duur van de tijdelijke bescherming waarvoor de minister van Asiel en Migratie gebruik heeft gemaakt van de in artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden mogelijkheid om onverplicht andere categorieën ontheemden tijdelijke bescherming te bieden en over het moment waarop de minister van Asiel en Migratie deze facultatieve tijdelijke bescherming mocht beëindigen. De tweede rechtsvraag gaat over het moment waarop de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit mocht uitvaardigen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:19793, Rechtbank Den Haag, 27-10-2025, NL24.48975
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20729, Rechtbank Den Haag, 16-10-2025, NL25.42442
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4708, Raad van State, 02-10-2025, 202407896/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:17627, Rechtbank Den Haag, 24-09-2025, NL25.18298
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 april 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202402020/3/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1827