ECLI:NL:RVS:2025:2303, Raad van State, 21-05-2025, 202304025/1/A3 — RVS:2025:2303
Samenvatting
Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de boete voor twee overtredingen ingetrokken. De minister heeft bij het besluit van 9 september 2020 aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 62.250,00 wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 11 september 2019 volgt dat [appellante] geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Op 20 juni 2022 heeft ILT een aanvullend boeterapport uitgebracht. De minister heeft over de controleperiode van 1 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2018 zeventien overtredingen geconstateerd en daarvoor een gemaximeerde boete opgelegd. De minister heeft bij het besluit van 18 juli 2022 de boete voor twee overtredingen ingetrokken, en de gemaximeerde boete van € 62.250,00 gehandhaafd. [appellante] betoogt verder dat de boete gelet op de omstandigheden verder gematigd had moeten worden.
Betrokken advocaten
mr. J.I.J. Langenberg
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:620, Raad van State, 04-02-2026, 202404118/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15827, Rechtbank Noord-Holland, 12-12-2025, 15-227260-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25600, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, SGR 24/5957
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5495, Raad van State, 12-11-2025, 202403368/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 mei 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202304025/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2303