Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:2460Bestuursrecht

Raad van State bevestigt weigering subsidie aan Goirlese kunststichting — RVS:2025:2460

subsidierecht / afwijzing cultuursubsidie

Eiser / verzoeker

Stichting Internationals Art Channel

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Tilburg

De Raad van State bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de stichting ongegrond; de subsidieweigering door de gemeente Tilburg blijft in stand.

  • Een bevoegdheidsgebrek in het primaire besluit kan worden hersteld door het besluit op bezwaar, dat door een bevoegde functionaris is genomen.
  • De ondermandaatregeling voor beslissingen op bezwaar bevat geen begrenzing op basis van de hoogte van het subsidiebedrag.
  • Herhaalde gronden zonder toelichting waarom de rechtbank onjuist heeft geoordeeld, leiden niet tot vernietiging in hoger beroep.
  • Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college de rechtbank onjuist heeft voorgelicht over de voorliggende voorzieningen.
  • Gebrekkige communicatie tussen bestuursorgaan en aanvrager doet niet af aan de rechtmatigheid van het afwijzingsbesluit.

Samenvatting

Stichting Internationals Art Channel uit Goirle wilde van de gemeente Tilburg subsidie ontvangen voor het op meerjarenbasis produceren en wereldwijd verspreiden van documentaire videoportretten van kunstenaars, ontwerpers, architecten, musici en andere culturele figuren die actief zijn in de regio Tilburg. Het college van burgemeester en wethouders wees die aanvraag in september 2022 af.

De stichting maakte bezwaar, maar dat werd in maart 2023 ongegrond verklaard. Vervolgens stapte zij naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. De stichting gaf het er niet bij zitten en ging in hoger beroep bij de Raad van State.

In hoger beroep voerde de stichting aan dat het afdelingshoofd Sociaal niet bevoegd was geweest om over de subsidieaanvraag te beslissen, omdat het aangevraagde bedrag boven de grens van 25.000 euro lag. De Raad van State gaat hier niet in mee. De beslissing op bezwaar werd namelijk genomen door het afdelingshoofd Juridische Zaken, en voor die ondermandaatregeling geldt geen begrenzing op basis van subsidiebedragen. Bovendien kan een eventueel bevoegdheidsgebrek in het primaire besluit worden hersteld door het besluit op bezwaar — een vaste lijn in de rechtspraak van de Raad van State.

De overige argumenten die de stichting in hoger beroep naar voren bracht, waren grotendeels een herhaling van wat eerder bij de rechtbank was aangevoerd. De stichting legde niet uit waarom de beoordeling door de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn, en de Raad van State sloot zich aan bij het oordeel van de lagere rechter.

Op de zitting wees de stichting er nog op dat het college de rechtbank onjuist zou hebben geïnformeerd over de zogenoemde 'voorliggende voorzieningen': regelingen zoals het Tilburgs Mediafonds waarop de stichting eventueel aanspraak kon maken en die meespeelden bij de afwijzing. Het college had in het primaire besluit zowel Citymarketing Tilburg als het Tilburgs Mediafonds als voorliggende voorziening aangemerkt, maar dit in bezwaar gecorrigeerd tot alleen het Mediafonds. De Raad van State ziet echter geen aanwijzingen dat het college de rechtbank hierover bewust verkeerd heeft ingelicht. Het college erkende ter zitting wel dat de communicatie met de stichting niet altijd soepel was verlopen en betreurde dat.

Die moeizame communicatie veranderde echter niets aan de juridische uitkomst. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank: het hoger beroep is ongegrond en de weigering van de subsidie blijft in stand. De stichting krijgt geen proceskostenvergoeding.

Betrokken advocaten

mr. A.M.J. van Alphen

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 mei 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202307316/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:2460

Bekijk op rechtspraak.nl