ECLI:NL:RVS:2025:2554, Raad van State, 04-06-2025, 202304534/1/A2 — RVS:2025:2554
Samenvatting
Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellante] een schadevergoeding van € 15.510,46, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan haar gebouw. Onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 17 januari 2022 heeft het Instituut het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. [appellante] is eigenares van een boerderij met stal aan de [locatie] in Westerbroek. Op 26 juli 2020 heeft [appellante] een vergoeding voor schade aan de boerderij door mijnbouw aangevraagd. a een in opdracht van het Instituut uitgebracht advies van 18 juni 2021, opgesteld door deskundige W. Hartemink van het bedrijf CED, heeft het Instituut bij besluit van 16 juli 2021 een schadevergoeding van € 14.619,33, te vermeerderen met de bijkomende kosten en de wettelijke rente, toegekend.
Betrokken advocaten
mr. S.C. Goldbohm
appellant
mr. V.S.M. Sturkenboom
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5683, Raad van State, 03-12-2025, 202303955/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4320, Raad van State, 10-09-2025, 202406775/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3612, Rechtbank Noord-Nederland, 02-09-2025, LEE 24/1522
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3420, Rechtbank Noord-Nederland, 20-08-2025, LEE 25/2892
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 juni 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202304534/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2554