ECLI:NL:RVS:2025:2832, Raad van State, 25-06-2025, 202307778/1/A2 — RVS:2025:2832
Samenvatting
Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aan de VvE bij besluit van 27 mei 2019 opgelegde last onder dwangsom gewijzigd. In geschil is of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar, het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft overwogen dat het college terecht de door de VvE in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte kosten niet heeft vergoed, omdat Dielbandhoesing - gemachtigde van de VvE - lid is van de VvE en hij dus zijn eigen belangen heeft behartigd, zodat geen sprake is van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het college te veroordelen in de kosten die de VvE heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Betrokken advocaten
mr. T.M.T. Konings
mr. R.P. Dielbandhoesing
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:23833, Rechtbank Den Haag, 21-11-2025, 25/7631
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1248, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2025, 24/80 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1247, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2025, 24/27 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:9131, Rechtbank Den Haag, 28-05-2025, SGR 24/3123
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juni 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202307778/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2832