ECLI:NL:RVS:2025:3099, Raad van State, 09-07-2025, 202401768/1/A3 — RVS:2025:3099
Samenvatting
Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verzoek tot erkenning in de Nederlandse adel van [appellant] afgewezen. Op 8 februari 2022 heeft [appellant] verzocht om erkenning van het geslacht [appellant] in de Nederlandse adel. [appellant] heeft eerder een verzoek tot erkenning in de Nederlandse adel gedaan. Dit verzoek is uiteindelijk bij besluit van 28 januari 2014 afgewezen. Volgens de minister is het verzoek van 8 februari 2022 een herhaald verzoek in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, zodat [appellant] nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren had moeten brengen. Wat [appellant] bij zijn verzoek heeft aangedragen, is niet als zodanig aan te merken, aldus de minister. [appellant] betoogt dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat het besluit van 28 januari 2014 is gebaseerd op een ondeugdelijk advies van de Hoge Raad van Adel. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank in 2014 uitspraak heeft gedaan op basis van een incompleet dossier.
Betrokken advocaten
mr. J.P. de Savornin Lohman
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:946, Raad van State, 24-02-2026, 202501962/3/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2025:671, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-12-2025, 23/1564
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:401, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-07-2025, 23/1564
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2569, Raad van State, 05-06-2025, 202501962/2/R4 en 202502194/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202401768/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3099