ECLI:NL:RVS:2025:3181, Raad van State, 14-07-2025, 202500553/1/V2 — RVS:2025:3181
Samenvatting
Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Nijholt, advocaat in Emmen, hoger beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1034, Rechtbank Den Haag, 23-01-2026, NL25.40713
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1032, Rechtbank Den Haag, 23-01-2026, NL25.40712
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:885, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.25792
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:877, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.25791
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202500553/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3181