ECLI:NL:RVS:2025:334, Raad van State, 29-01-2025, 202302933/1/R1 — RVS:2025:334
Samenvatting
Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de gestarte bouwactiviteiten voor de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning op het perceel [locatie] in Steenderen afgewezen. Bij besluit van 8 februari 2021 heeft het college aan DDG een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het vergroten van een werktuigenberging. [appellant] woont een aantal percelen verderop. Op 22 februari 2021 heeft [appellant] een verzoek tot handhaving ingediend, omdat DDG met het bouwen van de werktuigenberging was gestart terwijl de vergunning nog niet in werking zou zijn getreden. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat er niet werd gehandeld in strijd met de vergunning. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen overtreding was. [appellant] is het hier niet mee eens.
Betrokken advocaten
mr. M.R. Prins
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:2815, Rechtbank Oost-Brabant, 15-05-2025, C/01/413756 / KG ZA 25-129
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:13242, Rechtbank Rotterdam, 16-12-2024, C/10/690116 / KG ZA 24-1134
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2024:5687, Rechtbank Overijssel, 30-10-2024, C/08/305714/HA ZA 23 - 432
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2024:3575, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-04-2024, C/02/412663 / HA ZA 23-424
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
29 januari 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
202302933/1/R1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:334