ECLI:NL:RVS:2025:3878, Raad van State, 13-08-2025, 202306211/1/A3 — RVS:2025:3878
Samenvatting
Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de korpschef van politie een aanvraag van [bedrijf] te Capelle aan den IJssel om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 10 juni 2022 heeft [bedrijf] toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Wpbr) om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. De korpschef heeft de toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens de korpschef niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten beveiligerswerk. Bij zijn beoordeling heeft de korpschef paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Beleidsregels) toegepast. De korpschef heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat [appellant] op [datum] 2018 is veroordeeld tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren vanwege mishandeling. De korpschef heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van de terugkijktermijn, als bedoeld in paragraaf 3.3, aanhef en onder a, van de Beleidsregels. In bezwaar heeft de korpschef de onthouding van de toestemming gehandhaafd. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:46, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 24/1619 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:410, Raad van State, 13-01-2026, 202407850/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13945, Rechtbank Rotterdam, 04-12-2025, ROT 21/6005
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13396, Rechtbank Rotterdam, 17-11-2025, ROT 22/1753
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 augustus 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202306211/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3878