ECLI:NL:RVS:2025:3966, Raad van State, 08-08-2025, 202404449/1/A2 — RVS:2025:3966
Samenvatting
Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft de CSG bij besluit van 3 juli 2023 ongegrond verklaard. Op 10 oktober 2022 heeft [appellant] een aanvraag gedaan om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in zijn aanvraag vermeld dat hij door een auto is aangereden en daarbij lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Aan de afwijzing heeft de CSG ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is geworden dat [appellant] door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2023:6723, Rechtbank Limburg, 16-11-2023, C/03/319569 / KG ZA 23/240
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2015:12741, Rechtbank Den Haag, 11-11-2015, C-09-450413-HA ZA 13-1031
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2015:2847, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2015, 200.155.547/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2015:4131, Rechtbank Den Haag, 26-02-2015, C-09-480471 - KG ZA 15-10
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 augustus 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202404449/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3966