ECLI:NL:RVS:2025:4138, Raad van State, 27-08-2025, 202403695/1/A2 — RVS:2025:4138
Samenvatting
Bij besluit van 29 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon die niet over een huisvestingsvergunning beschikte. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben de woning op 11 november 2022 voor een controle bezocht. De inspecteurs hebben geconstateerd dat de woning door een persoon werd bewoond. Er was op dat moment geen huisvestingsvergunning voor het adres van de woning aangevraagd of afgegeven. Van de controle is een inspectierapport opgemaakt. Volgens het college is voor de verhuur van de woning een huisvestingsvergunning nodig, omdat de woning minder dan 185 huurpunten - namelijk 158 huurpunten - heeft. Op basis van de resultaten van de inspectie van de Haagse Pandbrigade heeft het college geconcludeerd dat de woning in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en in strijd met artikel 2:2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 in gebruik is gegeven zonder de benodigde huisvestingsvergunning.
Betrokken advocaten
mr. G.P. Tjon Man Tsoi
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:27022, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, C/09/675839 / FA RK 24-8270
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15860, Rechtbank Den Haag, 26-08-2025, 688420 / KG ZA 25-699
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:2651, Raad van State, 11-06-2025, 202303278/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:11379, Rechtbank Den Haag, 14-05-2025, C/09/667205 / FA RK 24-3872
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 augustus 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202403695/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4138