ECLI:NL:RVS:2025:4925, Raad van State, 15-10-2025, 202204690/1/A3 — RVS:2025:4925
Samenvatting
Bij besluit van 25 januari 2019 heeft de burgemeester van Schiedam een aanvraag van [appellante] om een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning geweigerd. [persoon A] heeft op 14 december 2017 namens [appellante] een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning voor het horecabedrijf [café] aan [locatie] in Schiedam. Na een negatief advies van de politie aan de burgemeester heeft [persoon A] de aanvraag ingetrokken. Vervolgens heeft [persoon B] op 8 februari 2018 een gelijkluidende aanvraag namens [appellante] gedaan. De burgemeester heeft bij het besluit van 25 januari 2019 de aanvraag geweigerd, omdat [persoon B], door mee te werken aan een schijnconstructie, van slecht levensgedrag is. Volgens de burgemeester is het niet [persoon B], maar [persoon A] die als daadwerkelijke exploitant van [café] moet worden gezien. De burgemeester heeft de weigering bij het besluit van 30 oktober 2019 gehandhaafd. De burgemeester heeft de aanvraag van [persoon B] afgewezen, omdat [persoon B] volgens hem heeft meegewerkt aan een schijnconstructie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:613, Raad van State, 04-02-2026, 202403879/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6963, Rechtbank Midden-Nederland, 29-12-2025, UTR 25/5975
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4666, Raad van State, 01-10-2025, 202402294/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:11100, Rechtbank Rotterdam, 19-09-2025, 25/6739
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 oktober 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202204690/1/A3
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4925