ECLI:NL:RVS:2025:4942, Raad van State, 15-10-2025, 202201372/1/A2 — RVS:2025:4942
Samenvatting
Bij besluit van 8 mei 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een bedrag van € 4.375,00 teruggevorderd in verband met onverschuldigd betaalde voorschotten kindgebonden budget over het jaar 2020. Op 27 december 2019 heeft [appellant] voor het jaar 2020 een voorschot van € 4.375,00 op een kindgebonden budget voor haar zoons [kind 1] en [kind 2] ontvangen. Op 1 maart 2021 is [appellant] getrouwd en met haar zoons verhuisd naar het adres van haar echtgenoot in [woonplaats], België. De Dienst heeft het voorschot teruggevorderd omdat dat [appellant] voor het jaar 2020 voor haar zoons ook recht had op gezinsbijslag van de Belgische overheid. De Dienst verwijst naar de artikelen 68 en 84 van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (hierna: de Verordening). Deze Verordening beoogt ongewenste cumulatie van uitkeringen uit verschillende lidstaten te voorkomen. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt, de Dienst heeft het besluit na bezwaar gehandhaafd. [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:496, Rechtbank Limburg, 21-01-2026, C/03/347736 / HAZA 25-521
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:4090, Raad van State, 27-08-2025, 202301412/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2922, Raad van State, 16-07-2025, 202206525/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:5932, Rechtbank Limburg, 02-09-2024, ROE 22/53
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 oktober 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202201372/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4942