ECLI:NL:RVS:2025:515, Raad van State, 12-02-2025, 202202630/1/A3 — RVS:2025:515
Samenvatting
Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad besloten de vrijgekomen plaats op de weekmarkt in Schijndel niet aan [appellant] toe te kennen. Bij besluit van gelijke datum heeft het college besloten de vrijgekomen plaats toe te kennen aan [persoon]. Op de weekmarkt van Schijndel is in 2019 een standplaats vrijgekomen, waarvoor het college inschrijvingen heeft geopend. Onder andere [appellant] en [persoon] hebben zich daarvoor ingeschreven door gebruikmaking van een digitaal formulier. [appellant] heeft in beroep aangevoerd dat er geen gelijke kansen zijn geweest bij de inschrijving. Op het digitale aanvraagformulier konden gegevens worden ingevuld over de locatie, branche, nevenartikelen, (grootte van de) verkoopinrichting en de benodigde stroomcapaciteit. Ook was er de mogelijkheid een foto toe te voegen. [appellant] heeft zich hieraan gehouden, maar [persoon] heeft een volledige presentatie toegevoegd waarin meer informatie staat dan waarom gevraagd werd. Door deze informatie is [persoon] hoger beoordeeld op het punt maatschappelijk verantwoord ondernemen, aldus [appellant].
Betrokken advocaten
mr. C.R. Jansen
appellant
mr. L.A. Muller
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:224, Raad van State, 14-01-2026, 202401310/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6334, Raad van State, 24-12-2025, 202305536/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5851, Raad van State, 03-12-2025, 202301706/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11889, Rechtbank Limburg, 02-12-2025, ROE 24/4560, ROE 24/4566 en ROE 25/1137
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202202630/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:515