ECLI:NL:RVS:2025:5184, Raad van State, 29-10-2025, 202303261/1/A3 — RVS:2025:5184
Samenvatting
Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid aan [appellant] een meldplicht opgelegd voor de duur van zes maanden. De minister heeft op grond van artikel 2, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding aan [appellant] een meldplicht voor zes maanden opgelegd. [appellant] moest zich vanaf 22 februari 2021 tweemaal per week melden op het bureau van de politie aan de Hoefkade in Den Haag. De minister heeft deze maatregel opgelegd omdat [appellant] onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld voor het begaan van terroristische misdrijven en volgens de minister een acute dreiging vormt voor de nationale veiligheid. De minister heeft zich mede gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie-eenheid Den Haag van 14 januari 2021. Tegen het besluit van 19 februari 2021 heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister zich op de bestuurlijke rapportage mocht baseren, omdat deze inzichtelijk en concludent is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1217, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL24.27169
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25576, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, SGR 24/8837 en AWB 24/1433
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Rechter wijst eis tot uitbreiding tenlastelegging lastercampagne af
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22362, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, NL24.5966
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 oktober 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303261/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5184