ECLI:NL:RVS:2025:5355, Raad van State, 05-11-2025, 202402623/1/A2 — RVS:2025:5355
Samenvatting
Bij besluit van 25 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zes personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 22 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zes personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellante] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning door studenten geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.
Betrokken advocaten
mr. V.C.M. Feber-van den Berg
appellant
mr. E. van Lunteren
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:621, Raad van State, 04-02-2026, 202503719/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:447, Raad van State, 28-01-2026, 202505434/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:343, Raad van State, 21-01-2026, 202405321/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:347, Raad van State, 21-01-2026, 202501459/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402623/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5355