ECLI:NL:RVS:2025:5603, Raad van State, 19-11-2025, 202403438/1/A2 — RVS:2025:5603
Samenvatting
[appellant sub 2] heeft de rechtbank op 28 juni 2023 verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, te veroordelen tot vergoeding van schade. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. [appellant sub 2] stelt in totaal € 25.000,- immateriële en inkomensschade te hebben geleden, omdat de minister ten onrechte zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft ingetrokken en een inreisverbod heeft opgelegd.
Betrokken advocaten
mr. C. Verbaas
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2024:3549, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-11-2024, 200.324.436_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:6864, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-10-2024, C/02/418994 / HA ZA 24-81 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2214, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-07-2024, 200.336.059_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2023:5730, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-08-2023, C/02/401229 / HA ZA 22-469 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202403438/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5603