ECLI:NL:RVS:2025:5619, Raad van State, 19-11-2025, 202400804/1/A2 — RVS:2025:5619
Samenvatting
Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatiebedrag toegekend van € 47.839,00 voor de toeslagjaren 2009 en 2010. Bij besluit van 30 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van [appellante] gegrond verklaard voor zover het een bedrag van € 4.000,00 dat aan [appellante] was uitbetaald wegens acute geldnood in mindering heeft gebracht van het compensatiebedrag voor het toeslagjaar 2011. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 heeft zij een compensatiebedrag van € 59.045,00 ontvangen. Dit compensatiebedrag heeft de Dienst Toeslagen in bezwaar herzien en vastgesteld op € 63.045,00. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep van [appellante], voor zover dit was gericht tegen de hoogte van het compensatiebedrag, gegrond verklaard, het besluit van 30 december 2022 vernietigd en de Dienst Toeslagen opgedragen om een nieuw besluit te nemen. [appellante] heeft tegen dit deel van de uitspraak en het nieuwe besluit van de Dienst Toeslagen geen gronden aangevoerd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6318, Raad van State, 24-12-2025, 202500060/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8067, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-11-2025, BRE 24/5439 en 24/7316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12604, Rechtbank Rotterdam, 20-10-2025, ROT 24/6176
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5305, Rechtbank Midden-Nederland, 07-10-2025, 24/7630
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202400804/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5619