ECLI:NL:RVS:2025:5663, Raad van State, 25-11-2025, BRS.24.000375 — RVS:2025:5663
Samenvatting
Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
advocatenkantoor Fischer- Fuhler, EMMEN
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1515, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.1430
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1086, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL25.62784
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24745, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.59542
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22541, Rechtbank Den Haag, 28-11-2025, NL25.55278
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 november 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
BRS.24.000375
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5663