ECLI:NL:RVS:2025:5876, Raad van State, 03-12-2025, 202306294/1/A3 — RVS:2025:5876
Samenvatting
Bij besluit van 30 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een aanvraag van [wederpartij] om een standplaatsvergunning afgewezen. [wederpartij] exploiteert een suikerspinkraam, waarin zij, behalve suikerspinnen, ook popcorn en aanverwante producten verkoopt. Gedurende een reeks van jaren staat zij tijdens carnaval op de markt in ’s-Hertogenbosch. [wederpartij] heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een standplaatsvergunning op de markt tijdens carnaval voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Dit heeft zij gedaan door een bod uit te brengen tijdens een door het college georganiseerde gesloten veiling. Het college heeft de aanvraag van [wederpartij] afgewezen, omdat zij niet het hoogste bod op de door haar gewenste standplaats heeft gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [wederpartij] niet kon afwijzen op deze grond.
Betrokken advocaten
Kouwenaar & Weehuizen Kantoor, 'S-HERTOGENBOSCH
Hekkelman Advocaten, NIJMEGEN
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:410, Rechtbank Limburg, 16-01-2026, ROE 24/141
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:219, Raad van State, 14-01-2026, 202300567/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:173, Rechtbank Oost-Brabant, 13-01-2026, 26/10
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8532, Rechtbank Oost-Brabant, 29-12-2025, C/01/420297 / KG ZA 25-552
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202306294/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5876