ECLI:NL:RVS:2025:5977, Raad van State, 10-12-2025, 202407565/1/R4 — RVS:2025:5977
Samenvatting
Bij besluit van 7 juli 2024 heeft het college zijn beslissing om op 27 juni 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 27 juni 2024 is aangetroffen naast de ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Jan Romeinstraat 119 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat haar minderjarige dochter de doos in de portiek van het appartementengebouw waar zij woont heeft gezet.
Betrokken advocaten
H. Ben Hammou
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1717, Raad van State, 25-03-2026, 202504921/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1714, Raad van State, 25-03-2026, 202505786/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1080, Raad van State, 25-02-2026, 202503794/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6350, Raad van State, 24-12-2025, 202504159/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202407565/1/R4
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5977