ECLI:NL:RVS:2025:6119, Raad van State, 17-12-2025, 202500245/1/A2 — RVS:2025:6119
Samenvatting
Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 ontvangen, ook bekend als de Catshuisregeling. [appellante] heeft een deel van dit geld gebruikt om een openstaande schuld bij een familielid af te lossen. Zij heeft daarom een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden, als bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft bij besluit van 5 maart 2024 het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft de minister overwogen dat hij het bezwaarschrift op 6 november 2023 heeft ontvangen. [appellante] heeft dus te laat bezwaar gemaakt. De minister heeft geen reden gezien om aan te nemen dat [appellante] wel tijdig bezwaar heeft gemaakt. Zij heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij op 7 juli 2023 het bezwaar heeft verzonden naar de Kredietbank Amsterdam. Ook heeft de minister de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:15309, Rechtbank Rotterdam, 19-12-2025, ROT 25/4308
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14865, Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2025, 15/168181-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12197, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, ROE 24/4489
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2294, Gerechtshof Den Haag, 11-11-2025, 200.343.076/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202500245/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6119