ECLI:NL:RVS:2025:6155, Raad van State, 17-12-2025, 202304793/1/A3 — RVS:2025:6155
Samenvatting
Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft de burgemeester aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 5 juli 2021 staat dat [appellant] op 30 juni 2021 als bijrijder in een auto op de Sportweg in Doetinchem iets aan een persoon heeft overhandigd. De politie heeft die persoon daarna gecontroleerd. Die verklaarde 3-MMC gekocht te hebben van [appellant] en dit al drie of vier keer eerder gedaan te hebben. De ondervraagde persoon overhandigde daarbij een sealbag met wit poeder aan de politie. [appellant] en de bestuurder van de auto zijn vervolgens aangehouden. Tijdens de insluiting werden bij de bestuurder dertig wikkels cocaïne aangetroffen en 26 sealbags met 3-MMC. De uiterlijke kenmerken van de sealbags kwamen overeen met die van de sealbag die de politie aantrof bij de ondervraagde persoon. Bij [appellant] zijn twee telefoons en € 385,00 aan contant geld aangetroffen.
Betrokken advocaten
mr. R.A.M. Elbers
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:410, Rechtbank Limburg, 16-01-2026, ROE 24/141
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:219, Raad van State, 14-01-2026, 202300567/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9203, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 25/6310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6184, Raad van State, 17-12-2025, 202301515/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202304793/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6155