ECLI:NL:RVS:2025:6178, Raad van State, 17-12-2025, 202303371/1/A3 — RVS:2025:6178
Samenvatting
Bij besluit van 17 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellante] per 1 mei 2023 ingetrokken. Op 24 april 2020 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een bewonersvergunning parkeren. Zij heeft hierbij te kennen gegeven aangegeven dat zij beschikt over een eigen stallingsplaats, maar dat zij deze niet gebruikt omdat zij angst ervaart om alleen in garages te zijn. [appellante] heeft hiertoe een verklaring van haar huisarts overgelegd. Op 24 juni 2020 heeft het college aan [appellante] de parkeervergunning verleend. Deze vergunning werd door het college steeds stilzwijgend met zes maanden verlengd. Na een controle heeft het college op 17 mei 2022 besloten om de vergunning per 1 mei 2023 in te trekken. [appellante] betoogt dat dat de parkeervergunning ten onrechte is ingetrokken. Zij betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vertrouwensbeginsel wel is geschonden.
Betrokken advocaten
mr. J. de Vet
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11546, Rechtbank Gelderland, 28-07-2025, AWB 24_2567
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2064, Raad van State, 07-05-2025, 202300185/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1461, Raad van State, 02-04-2025, 202301743/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:3652, Rechtbank Amsterdam, 13-05-2024, AMS 24/506
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303371/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6178