ECLI:NL:RVS:2025:6308, Raad van State, 29-12-2025, 202400024/1/V3 — RVS:2025:6308
Samenvatting
Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Oomen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Appellant heeft nadere stukken ingediend.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2124, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL24.15245
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1417, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL24.37904
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5899, Raad van State, 04-12-2025, 202303123/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22932, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, NL24.40790
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202400024/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6308