Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2025:6354Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2025:6354, Raad van State, 24-12-2025, 202503574/1/A2 — RVS:2025:6354

Samenvatting

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 15 april 2025 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 29 januari 2025 heeft het CBR een mededeling ontvangen als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994. In de mededeling staat dat het vermoeden bestaat dat [appellant] op 16 januari 2025 onder invloed van drugs een motorrijtuig heeft bestuurd. Naar aanleiding van de mededeling heeft het CBR bij besluit van 6 februari 2025 aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid, meer in het bijzonder naar zijn drugsgebruik, opgelegd en zijn rijbewijs geschorst op grond van artikel 131, eerste lid en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, gelezen in samenhang met de artikelen 18, aanhef en onder c, en 23, eerste lid en onder f en g, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 en de daarbij behorende Bijlage I, onder B, onderdeel III, onder ‘Andere drogerende stoffen of een combinatie van drogerende stoffen’. Op 16 januari 2025 heeft de officier van justitie de beslissing genomen om [appellant] een strafbeschikking op te gaan leggen voor het weigeren van een bloedproef.

Betrokken advocaten

mr. C.H.J. van Dooijeweert

appellant

Veluwe Advocaten, BARNEVELD

mr. J.J. Kwant

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 december 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202503574/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:6354

Bekijk op rechtspraak.nl