ECLI:NL:RVS:2025:6374, Raad van State, 24-12-2025, 202400251/1/R1 — RVS:2025:6374
Samenvatting
Bij besluit van 27 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest zijn beslissing van 11 maart 2020 om zeer spoedeisende bestuursdwang toe te passen naar aanleiding van de brand aan de [locatie] in Marum op 9 maart 2020 op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur vermeld dat de kosten van de bestuursdwang voor rekening van [vennootschap] komen. [vennootschap] is een bedrijf dat zich richt op de verkoop en reiniging van kunststof pallets. Op 9 maart 2020 brak brand uit op haar terrein op het adres [locatie] in Marum. Als gevolg van die brand zijn plastic van gesmolten kunststof pallets en bluswater van de brandweer terechtgekomen in de zwetsloot die grenst aan het terrein van [vennootschap]. De rechtbank heeft het beroep van [vennootschap] gegrond verklaard en het besluit van 21 november 2022 vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het dagelijks bestuur [vennootschap] ten onrechte als overtreder van artikel 6.2 van de Waterwet heeft aangemerkt.
Betrokken advocaten
Six Advocaten, AMSTERDAM
AKD, BREDA
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:284, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, ROE 23/2050
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6191, Raad van State, 17-12-2025, 202502847/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8201, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-11-2025, BRE 24/7057
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:7046, Rechtbank Oost-Brabant, 31-10-2025, 25/356
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202400251/1/R1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6374