ECLI:NL:RVS:2025:6446, Raad van State, 24-12-2025, 202401367/1/A3 — RVS:2025:6446
Samenvatting
Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het door GeenStijl ingestelde beroep wegens het opnieuw uitblijven van een besluit gegrond verklaard en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgedragen om uiterlijk 31 maart 2024 alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van GeenStijl, op straffe van een dwangsom van € 1,00 bij overschrijding van die termijn. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft GeenStijl geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een middel om ervoor te zorgen dat de minister een besluit neemt, in dit geval op de aanvraag van GeenStijl. De vaststelling van de termijn en de dwangsom door de rechtbank, waartegen het hoger beroep zich richt, dient datzelfde doel. Doordat de minister bij besluit van 29 maart 2024 op de aanvraag van GeenStijl heeft beslist, is dat doel inmiddels bereikt.
Betrokken advocaten
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
mr. E.A. Minderhoud
appellant
mr. G.A. van de Sluis
mr. R.A. Nieuwenhuijzen Verschenen
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:601, Raad van State, 04-02-2026, 202205496/2/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1217, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL24.27169
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:116, Raad van State, 07-01-2026, 202500933/2/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:70, Rechtbank Den Haag, 05-01-2026, NL25.20578 en NL25.20579
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 december 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202401367/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6446