ECLI:NL:RVS:2026:1064, Raad van State, 25-02-2026, 202406395/1/A3 — RVS:2026:1064
Samenvatting
Bij besluit van 15 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de ligplaatsvergunning van [appellant] voor onbepaalde tijd gewijzigd in een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd met als einddatum 1 maart 2028. Het college heeft de ligplaatsvergunning van [appellant] gewijzigd in een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd. De einddatum is, na verlenging, gesteld op 1 maart 2030. Bij brief van 17 september 2025 heeft [appellant] medegedeeld dat hij zijn vaartuig heeft verkocht. De ligplaatsvergunning voor het vaartuig staat nu op naam van Flagship Holding B.V. Hij heeft het hoger beroep echter niet ingetrokken. Op de zitting heeft de Afdeling daarom met [appellant] besproken of hij nog belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over zijn hoger beroep.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1112, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2026, ROT 24/5323
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6135, Raad van State, 17-12-2025, 202304720/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5340, Raad van State, 05-11-2025, 202203959/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2258, Gerechtshof Den Haag, 04-11-2025, 200.337.115/01
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202406395/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1064