ECLI:NL:RVS:2026:1222, Raad van State, 04-03-2026, 202300778/1/A3 — RVS:2026:1222
Samenvatting
Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam op grond van de Wet openbare manifestaties het recht van [appellant] op betoging beperkt door voorschriften te verbinden aan zijn periodieke demonstraties op de Dam. Vanaf 2015 vinden demonstraties op de Dam plaats door verschillende partijen in het kader van de situatie in Israël en Palestina. Deze demonstraties gingen volgens de burgemeester gepaard met wanordelijkheden omdat sympathisanten van beide kanten elkaar opzoeken. In juli 2016 heeft de burgemeester, met toepassing van de Wom, bepaald dat er tussen enerzijds de pro-Israëldemonstranten en anderzijds de pro-Palestinademonstranten op de Dam een afstand van ten minste 25 meter in acht wordt genomen. Dit afstandscriterium werd redelijk goed nageleefd, maar individuele sympathisanten van beide kanten hielden zich met enige regelmaat niet aan de opgelegde afstand. Omdat de demonstraties in toenemende mate gepaard gingen met geweldsincidenten, heeft de burgemeester in april 2017 besloten verdergaande beperkingen aan de demonstraties op te leggen.
Betrokken advocaten
mr. M. Kappelhof
appellant
mr. H.H.L. Krans
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1475, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.63625
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1443, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.63643
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1241, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.63620
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1242, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.63628
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202300778/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1222