ECLI:NL:RVS:2026:1553, Raad van State, 18-03-2026, 202407718/1/R4 — RVS:2026:1553
Samenvatting
Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het bouwen van een aanbouw in afwijking van een bouwvergunning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de 0 in Utrecht. [partij] en [persoon D] wonen op het naastgelegen perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Bij besluit van 29 april 1999 heeft het college aan [partij] een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een aanbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Nadat de toenmalige eigenaar van [locatie B] tegen het besluit van 29 april 1999 bezwaar had gemaakt, zijn, om tegemoet te komen aan dat bezwaar, wijzigingen aangebracht aan het bouwplan. Deze wijzigingen van het oorspronkelijke bouwplan zijn later verwerkt in revisietekeningen.
Betrokken advocaten
mr. H. van Gellekom
appellant
mr. M. Snippe
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:621, Raad van State, 04-02-2026, 202503719/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:447, Raad van State, 28-01-2026, 202505434/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:343, Raad van State, 21-01-2026, 202405321/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6588, Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025, UTR 24/5852
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
202407718/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1553