Juristi.nl

Raad van State: geen proceskosten bij bewaringsgebrek zonder artikel 6:22 — RVS:2026:1650

vreemdelingenbewaring / proceskostenveroordeling / non-refoulement motiveringsgebrek

Eiser / verzoeker

appellant (vrouw in vreemdelingenbewaring)

VS

Verweerder / gedaagde

minister van Asiel en Migratie

Hoger beroep ongegrond verklaard; appellant krijgt geen proceskostenvergoeding voor beroep noch hoger beroep.

  • Motiveringsgebrek in bewaringsbesluit: minister had non-refoulementtoets niet expliciet opgenomen, maar dit maakte de bewaring niet onrechtmatig na belangenafweging.
  • Bewaringsspecifieke belangenafweging (geen reëel refoulementrisico) verschilt wezenlijk van de toepassing van artikel 6:22 Awb; die laatste was hier niet aan de orde.
  • Proceskostenveroordeling volgt alleen automatisch als rechter uitdrukkelijk artikel 6:22 Awb toepast, niet bij de bewaringsrechtelijke belangenafweging.
  • Uitzondering bestaat alleen als het gebrek het voortraject (staandehouding, ophouding) onrechtmatig maakt; dat speelde hier niet.
  • Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd voor zover aangevallen.

Samenvatting

Een vrouw die in vreemdelingenbewaring zit, deed een beroep op proceskosten nadat de rechtbank een gebrek had vastgesteld in haar bewaringsbesluit. De zaak draait om een subtiel maar belangrijk juridisch onderscheid: wanneer moet de overheid proceskosten betalen als er iets mis is gegaan in een besluit, maar het beroep toch ongegrond wordt verklaard?

De minister van Asiel en Migratie had de vrouw op 28 januari 2026 in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag stelde vast dat in die maatregel een motiveringsgebrek zat: de minister had niet expliciet nagegaan of het non-refoulementbeginsel — het verbod om iemand terug te sturen naar een land waar die persoon gevaar loopt — zich verzette tegen uitzetting. Dat is een verplichting die de minister bij het opleggen van bewaring moet naleven.

Toch verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. In bewaringszaken geldt namelijk een speciale belangenafweging: een gebrek maakt de bewaring alleen onrechtmatig als de belangen van de bewaargestelde niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van dat gebrek. In dit geval had de vrouw zelf verklaringen afgelegd waaruit bleek dat er geen reëel risico op refoulement bestond. Het belang van de minister om haar vast te houden woog zwaarder dan de schade die het gebrek had veroorzaakt. De bewaring bleef in stand.

In hoger beroep bij de Raad van State ging het uitsluitend om de vraag of de rechtbank de minister had moeten veroordelen tot het vergoeden van proceskosten. De vrouw, vertegenwoordigd door een Rotterdamse advocaat, betoogde dat de rechtbank feitelijk toepassing had gegeven aan artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht — de bepaling die rechters toestaat een gebrek te 'passeren' als niemand er echt door is benadeeld. Als dat artikel wordt toegepast, volgt normaliter automatisch een proceskostenveroordeling voor het bestuursorgaan.

De Raad van State volgt dit betoog niet. Er is een wezenlijk verschil tussen de belangenafweging die specifiek in bewaringszaken wordt gemaakt — waarbij wordt gekeken of het gebrek de bewaring onrechtmatig maakt — en de toepassing van artikel 6:22 Awb. De rechtbank had die bewaringsspecifieke afweging gemaakt, niet de artikel 6:22-toets. Omdat artikel 6:22 uitdrukkelijk niet was toegepast, bestond er ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Dat zou alleen anders zijn als het gebrek niet de bewaring zelf had geraakt, maar een eerder stadium — zoals de staandehouding of ophouding. Daarvan was hier geen sprake.

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De vrouw krijgt geen proceskostenvergoeding, noch voor de procedure bij de rechtbank, noch voor het hoger beroep.

Betrokken advocaten

mr. S.T.V. Le

appellant

Koevoets Immigration Lawyers, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Zaaknummer

BRS.26.000853

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1650

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Raad van State verlaagt dwangsom in mvv-zaak van €37.500 naar €7.500
Raad van State·31 maart 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State verlaagt dwangsom traag visumproces
Raad van State·31 maart 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak niet uit te voeren tijdens hoger beroep
Raad van State·30 maart 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State blokkeert uitzetting asielzoekers hangende hoger beroep
Raad van State·30 maart 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State: rechter had asielzaak Egyptenaar niet mogen seponeren
Raad van State·30 maart 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht