Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1746Bestuursrecht

Raad van State wijst schuldeneis toeslagouder af wegens ontbrekende notariële akte — RVS:2026:1746

hersteloperatie toeslagen / overname private schulden / discriminatieverbod

Eiser / verzoeker

gedupeerde toeslagouder (appellant)

VS

Verweerder / gedaagde

minister van Financiën

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de overname van €56.000 aan private schulden blijft in stand.

  • Informele familieleningen zonder notariële akte komen niet in aanmerking voor overname onder de Wet hersteloperatie toeslagen
  • De notarisakteeis levert geen verboden (indirecte) discriminatie op jegens moslims, omdat ook buiten die gemeenschap familieleningen doorgaans niet notarieel worden vastgelegd
  • De schulden voldeden ook niet aan de opeisbaarheidseis: ze waren niet aantoonbaar voor 1 juni 2021 opeisbaar
  • De hardheidsclausule hoeft niet te worden toegepast: de aangevoerde persoonlijke omstandigheden vloeien voort uit de toeslagenaffaire zelf, niet uit de schuldenregeling, en daarvoor bestaan andere compensatieregelingen

Samenvatting

Een erkend gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire heeft tevergeefs geprobeerd om drie familieleningen van in totaal €56.000 te laten overnemen door de overheid via de hersteloperatie toeslagen. De Raad van State oordeelde dat de minister de overname terecht heeft geweigerd.

De man had de leningen geleend van familieleden, maar had die schulden niet vastgelegd in een notariële akte. De Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) stelt die eis nadrukkelijk als voorwaarde voor overname van zogeheten informele schulden — schulden die niet zijn ontstaan door een reguliere zakelijke transactie. De documenten die de man in 2022 had laten opmaken, in het Frans opgesteld, voldeden daar niet aan.

De man betoogde dat de eis van een notariële akte indirect discriminerend is jegens moslims. Binnen de moslimgemeenschap zou er een sterke culturele en sociale norm bestaan om familieleningen niet schriftelijk vast te leggen, omdat dit als wantrouwen wordt gezien. Daarmee zou de notarisakteeis hen harder treffen dan anderen.

De Raad van State verwierp dit argument. Ook buiten de moslimgemeenschap worden informele familieleningen doorgaans niet notarieel vastgelegd, aldus de Afdeling. De man heeft bovendien niet aangetoond dat de moslimgemeenschap op dit punt zodanig verschilt van andere gemeenschappen dat een gelijke behandeling in strijd zou zijn met het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Van indirect onderscheid is dan ook geen sprake.

Daarnaast speelde een bijkomend probleem: de leningen waren aantoonbaar ook niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar geweest, een andere wettelijke vereiste voor overname. Daarmee voldeden de schulden op meerdere gronden niet aan de voorwaarden van de wet.

De man deed ook een beroep op de hardheidsclausule in de wet, die de minister de mogelijkheid biedt af te wijken van de regels als toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hij wees daarbij op zijn jarenlange psychische problemen — waaronder angststoornissen en depressieve klachten — gemiste loopbaankansen en het risico gearresteerd te worden in Marokko wegens wanbetaling. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden weliswaar begrijpelijk zijn, maar dat ze niet voortkomen uit de besluitvorming rond de schuldenregeling zelf. Ze vloeien voort uit de kinderopvangtoeslag-affaire als zodanig, en daarvoor bestaan andere compensatieregelingen. De stelling over een mogelijk arrestatierisico in Marokko achtte de Afdeling te onvoldoende onderbouwd.

De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van zowel de Belastingdienst/Toeslagen als de rechtbank Zeeland-West-Brabant: het hoger beroep is ongegrond en de afwijzing van de schuldenovername blijft in stand.

Betrokken advocaten

mr. P.J. van der Meulen

appellant

Kadanz Advocaten, TILBURG

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202402790/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1746

Bekijk op rechtspraak.nl