Raad van State blokkeert uitzetting asielzoeker tijdens hoger beroep — RVS:2026:1764
asiel / voorlopige voorziening uitzetting
Eiser / verzoeker
verzoeker (asielzoeker)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting van verzoeker is opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist, en de minister moet €934,00 aan proceskosten vergoeden.
- Voorzieningenrechter treft voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb hangende hoger beroep
- Uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist
- Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad €934,00 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand
- Inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag is niet aan de orde in deze voorlopige voorzieningsprocedure
Samenvatting
Een asielzoeker heeft bij de Raad van State met succes een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt uitgezet terwijl zijn hoger beroep nog loopt.
De minister van Asiel en Migratie had de asielaanvraag van de man op 3 oktober 2025 afgewezen. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, verklaarde het beroep daartegen op 4 maart 2026 ongegrond. De man ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vroeg tegelijkertijd om een spoedmaatregel: hij wilde niet worden uitgezet zolang zijn zaak nog niet definitief was beslist, en vroeg ook om opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft dat verzoek gehonoreerd. Zonder uitgebreid in te gaan op de inhoudelijke argumenten, oordeelde de rechter dat er voldoende aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen. Daarmee is de uitzetting van de man opgeschort totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een definitieve uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep.
De minister wordt veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de asielzoeker, ter hoogte van €934,00, volledig toe te rekenen aan de kosten voor professionele rechtsbijstand.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGHACMB:2025:192, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 30-07-2025, CUR2024H00137
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3087, Raad van State, 09-07-2025, 202107906/2/V6
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1591, Raad van State, 09-04-2025, 202400326/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:2997, Raad van State, 24-07-2024, 202106770/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
BRS.26.001147
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1764