Raad van State wijst voorlopige voorziening asielzoeker af — RVS:2026:1776
asiel / voorlopige voorziening
Eiser / verzoeker
asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat de Afdeling op dezelfde dag uitspraak deed in het hoger beroep.
- Asielaanvraag afgewezen door minister in april 2025
- Beroep bij rechtbank Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in februari 2026
- Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat Afdeling op dezelfde dag uitspraak deed in het hoger beroep
- Geen proceskosten vergoed
Samenvatting
Een asielzoeker vroeg de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, nadat zijn beroep bij de rechtbank Den Haag op niets was uitgelopen.
De minister van Asiel en Migratie had in april 2025 de asielaanvraag van de man afgewezen. Toen hij daartegen in beroep ging bij de rechtbank, verklaarde die het beroep in februari 2026 niet-ontvankelijk — wat betekent dat de rechter de zaak inhoudelijk niet heeft beoordeeld, omdat er een formele belemmering was. De man tekende vervolgens hoger beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om zijn positie te beschermen zolang de procedure liep.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek echter afgewezen, omdat de Afdeling op diezelfde dag al uitspraak deed in het hoger beroep zelf. Daarmee was er geen reden meer om een tijdelijke maatregel te treffen: de bodemprocedure was al afgerond voordat een voorlopige voorziening enig effect kon hebben. De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af, zonder vergoeding van proceskosten.
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:525, Raad van State, 02-02-2026, BRS.25.002620
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:465, Raad van State, 28-01-2026, 202404429/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:419, Raad van State, 28-01-2026, BRS.26.000062
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:404, Raad van State, 26-01-2026, BRS.25.002484
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
BRS.26.001172
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1776