Juristi.nl

ECLI:NL:RVS:2026:1781, Raad van State, 26-03-2026, 202407969/1/V2 — RVS:2026:1781

Samenvatting

De minister van Asiel en Migratie moet opnieuw beslissen op de asielaanvraag van een Pakistaans gezin dat in Hongarije al een asielvergunning heeft. Een vreemdeling die hier asiel aanvraagt, kan in een andere lidstaat van de EU al een asielvergunning hebben. De minister mag zo'n zogenoemde statushouder vragen om terug te gaan naar de lidstaat die hem asiel heeft verleend. Het uitgangspunt is namelijk dat alle EU-lidstaten zich aan hun verplichting houden om de rechten van statushouders te waarborgen. Dit is alleen anders als de situatie voor statushouders in die lidstaat zo slecht is, dat zij niet meer beschikken over basisbehoeften als onderdak, voedsel en medische zorg. Of als een statushouder bijzondere behoeften heeft waar de lidstaat niet aan kan voldoen, zodat er een risico bestaat dat de statushouder in een onmenselijke situatie terechtkomt. In deze zaak heeft het Pakistaanse gezin enkele jaren als statushouder in Hongarije geleefd. Volgens hen was de algemene situatie in Hongarije zo slecht dat zij niet meer voor zichzelf konden zorgen. In de uitspraak van vandaag staat dat de omstandigheden voor statushouders in Hongarije slecht zijn, en dat het erg moeilijk is om toegang te krijgen tot voorzieningen. De Hongaarse autoriteiten helpen statushouders hier niet bij, en werken hen zelfs tegen. Alleen maatschappelijke organisaties en kerkelijke instellingen bieden hulp. Toch is er te weinig informatie om te concluderen dat statushouders in het algemeen daar niet aan hun basisbehoeften kunnen voldoen. De eisen om dit te concluderen zijn namelijk streng en er zijn geen concrete indicaties dat de maatschappelijke organisaties er niet in slagen om aan hen de nodige hulp te bieden. Dat betekent dat in het algemeen de minister nog steeds statushouders uit Hongarije mag vragen om naar dat land terug te gaan. Maar de algemene moeilijkheden voor statushouders wegen ook mee bij de vraag of een individuele statushouder risico loopt om in een onmenselijke situatie terecht te komen. De Afdeling bestuursrechtspraak komt in deze specifieke zaak tot het oordeel dat het gezin dit risico loopt, vanwege de bijzondere behoeften die zij hebben en de verschillende pogingen die zij hebben gedaan om in Hongarije aan hulp te komen, die steeds op niets uitdraaiden. Daarom moet de minister een nieuw besluit nemen op hun asielaanvraag. Als de minister niet kan uitleggen waarom hij toch vindt dat het gezin terug kan naar Hongarije, moet hij hun asielaanvraag alsnog in behandeling nemen.

Betrokken advocaten

mr. T. Thissen

appellant

Advocatenkantoor Thomas Thissen, ALPHEN AAN DEN RIJN

mr. A. Wildeboer

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Zaaknummer

202407969/1/V2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1781

Bekijk op rechtspraak.nl