Heerlense man verliest strijd tegen sluiting woning met hennepkwekerij — RVS:2026:1789
woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet / drugsoverlast
Eiser / verzoeker
verzoeker, wonend in Heerlen
Verweerder / gedaagde
burgemeester van Heerlen
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de woning mag voor zes maanden worden gesloten.
- In de woning zijn 228 hennepplanten aangetroffen in een professionele kwekerij; eerder was in dezelfde woning al een hennepkwekerij gevonden in april 2024.
- De burgemeester mocht op grond van artikel 13b Opiumwet de woning voor zes maanden sluiten, mede gelet op de recidive en de druggerelateerde problematiek in de wijk.
- Psychische problemen en financiële situatie van verzoeker wegen niet op tegen het belang van herstel openbare orde en voorkoming herhaling.
- Het aanbod van de burgemeester om te helpen bij het vinden van vervangende woonruimte weegt mee in de belangenafweging.
- De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; de sluiting kan worden uitgevoerd hangende het hoger beroep.
Samenvatting
Een man uit Heerlen probeerde via de rechter te voorkomen dat zijn huurwoning voor zes maanden wordt gesloten, nadat de politie er een hennepkwekerij had aangetroffen. De Raad van State wees zijn verzoek om een voorlopige voorziening af.
In juni 2025 doorzocht de politie de woning op basis van een netmeting en buurtonderzoek. In de kelder trof men een professionele hennepkwekerij aan, verdeeld over twee ruimtes, met in totaal 228 planten. De kwekerij was volledig uitgerust met assimilatielampen, ventilatiesystemen, koolstoffilters en CO²-toevoer. Bovendien was de stroomaanvoer gemanipuleerd. Er waren aanwijzingen dat de kwekerij al meerdere keren had geoogst.
De burgemeester van Heerlen besloot op basis van artikel 13b van de Opiumwet de woning zes maanden te sluiten. Dat artikel geeft burgemeesters de bevoegdheid om woningen te sluiten wanneer daar drugs worden aangetroffen of verhandeld. Het was niet de eerste keer dat er problemen waren: eerder, in april 2024, was in dezelfde woning al een hennepkwekerij gevonden. Bovendien had de man in oktober 2024 een officiële waarschuwing gekregen vanwege een hennepkwekerij in zijn vorige woning.
De man tekende bezwaar en vervolgens beroep aan, maar zonder succes. Ook de rechtbank Limburg oordeelde dat de burgemeester de sluiting terecht had opgelegd en de belangen zorgvuldig had afgewogen. De man ging in hoger beroep bij de Raad van State en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening: een tijdelijke maatregel waardoor de woning niet gesloten zou worden zolang de hoger beroepsprocedure loopt.
Bij de Raad van State voerde de man aan dat de sluiting voor hem bijzonder zwaar uitpakt. Hij kampt met psychische problemen en stond sinds een psychose in januari 2026 onder behandeling. Daarnaast was zijn bijstandsuitkering ingetrokken, waardoor hij in financiële problemen verkeerde. De voorzieningenrechter erkende dat dit ernstige omstandigheden zijn, maar oordeelde dat deze belangen niet zwaarder wegen dan het belang van de burgemeester om de openbare orde te herstellen en herhaling te voorkomen.
De rechter liet daarbij meewegen dat de woning ligt in een wijk die al vaker te maken had met druggerelateerde overlast, dat het risico op herhaling reëel is gelet op de voorgeschiedenis van de man, en dat hij geen bijzondere binding heeft met de woning en er ook niemand anders woont. Bovendien had de burgemeester hulp aangeboden bij het vinden van vervangende woonruimte. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, wat betekent dat de woning alsnog voor zes maanden gesloten kan worden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:951, Rechtbank Limburg, 29-01-2026, ROE 26/8 en ROE 26/19
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2087, Rechtbank Den Haag, 23-01-2026, NL25.46047
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24404, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.61710
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1851, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 23/473 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202600743/2/A3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1789