Amsterdammer verliest procesbelang na vinden flexwoning — RVS:2026:1803
urgentieverklaring woningzoekenden / procesbelang hoger beroep
Eiser / verzoeker
appellant, wonend in Amsterdam
Verweerder / gedaagde
college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de appellant geen procesbelang meer heeft nu hij een sociale huurwoning heeft gevonden waar hij met zijn minderjarige zoon kan wonen.
- Procesbelang wordt beoordeeld naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak, niet het moment van instellen van het rechtsmiddel.
- Het bewonen van een flexwoning gekoppeld aan een tijdelijke omgevingsvergunning levert geen actueel huisvestingsprobleem op dat procesbelang rechtvaardigt.
- Nu appellant een woning heeft gevonden waar zijn minderjarige zoon kan worden ingeschreven, heeft hij het doel van zijn hoger beroep bereikt.
- Meerderjarige kinderen tellen niet mee bij de beoordeling van een urgentieverklaring op sociale gronden.
- Bij ontbreken van procesbelang is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk en worden geen proceskosten vergoed.
Samenvatting
Een Amsterdammer die na zijn scheiding geen woonruimte meer had, vroeg in augustus 2022 een urgentieverklaring aan bij de gemeente Amsterdam. Hij wilde een woning waar ook zijn twee oudste kinderen bij hem konden wonen, omdat de situatie bij hun moeder volgens hem onhoudbaar was. De gemeente wees de aanvraag af, en dat standpunt hield stand bij bezwaar en later bij de rechtbank Amsterdam.
De man ging in hoger beroep bij de Raad van State. Maar tijdens de behandeling van zijn zaak deed zich een belangrijke ontwikkeling voor: in oktober 2025 betrok hij een zelfstandige sociale huurwoning in Amsterdam, een zogenoemde flexwoning als onderdeel van een tijdelijk wooncomplex. Hij schrijft zich in op dat adres en ontvangt huurtoeslag.
De gemeente stelde vervolgens dat de man geen procesbelang meer had bij zijn hoger beroep. De Raad van State beoordeelt het procesbelang naar de situatie op het moment van de uitspraak: heeft de appellant nog een reëel belang bij de uitkomst van de procedure?
De man wierp tegen dat zijn huurcontract is gekoppeld aan een tijdelijke omgevingsvergunning, en dat hij de woning mogelijk in de toekomst moet verlaten. De Raad van State oordeelde echter dat dit geen actueel huisvestingsprobleem oplevert. De flexwoning is recent geplaatst, en het enkele risico dat hij er op termijn uit zou moeten, is onvoldoende om nu al te spreken van een nijpend woningprobleem.
Bovendien bleek dat de man zijn minderjarige zoon op het nieuwe adres kan laten inschrijven. De gemeente had al eerder toegelicht dat meerderjarige kinderen niet meewegen bij de beoordeling van een urgentieverklaring — één van de oudste kinderen was inmiddels meerderjarig geworden. Daarmee had de man feitelijk bereikt wat hij met het hoger beroep wilde: een woning waar hij met zijn minderjarige kind kon wonen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De gemeente hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6324, Raad van State, 24-12-2025, 202405050/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6302, Raad van State, 16-12-2025, 202500511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1782, Raad van State, 14-04-2025, 202403468/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1617, Rechtbank Amsterdam, 14-03-2025, 24/1799
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502130/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1803