Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1839Bestuursrecht

Veldhovense man krijgt nieuwe brandveiligheidskeuring appartementencomplex — RVS:2026:1839

handhaving brandveiligheid / Bouwbesluit 2003 / brandwerendheid appartementencomplex

Eiser / verzoeker

Bewoner van appartementencomplex Abdijtuinen, Veldhoven

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Veldhoven

Hoger beroep gegrond verklaard op het punt van brandwerendheid; gemeente Veldhoven moet nieuwe brandoverslagberekeningen laten uitvoeren en opnieuw beslissen op het bezwaar, en vergoedt €279 griffierecht.

  • Het appartement van appellant kwalificeert als subbrandcompartiment, waardoor twee samenvallende vluchtroutes via het veiligheidstrappenhuis zijn toegestaan — geen overtreding op dit punt.
  • De gemeente erkende op zitting dat de werkelijke afmetingen van gevelopeningen en borstweringen significant afwijken van de maten waarvan het Peutz-rapport uitging (respectievelijk 28 en 31 cm verschil).
  • Omdat de afwijkingen zo groot zijn, kan het rapport van Peutz niet langer als afdoende bewijs dienen dat het complex voldoet aan de brandweerstandseisen van artikel 2.106 Bouwbesluit 2003.
  • De Raad van State draagt de gemeente op nieuwe brandoverslagberekeningen te laten uitvoeren op basis van de werkelijke afmetingen en daarna opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Samenvatting

Een bewoner van het appartementencomplex Abdijtuinen in Veldhoven vocht jarenlang voor een deugdelijk onderzoek naar de brandveiligheid van zijn woongebouw. Hij vroeg de gemeente in 2022 handhavend op te treden omdat het complex volgens hem niet voldeed aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit 2003: de brandwerendheid zou onvoldoende zijn en er zouden niet genoeg vluchtroutes beschikbaar zijn. De gemeente wees het verzoek af, gebaseerd op een rapport van ingenieursbureau Peutz dat de brandwerendheid in orde verklaarde.

De bewoner tekende bezwaar aan, maar de gemeente bleef bij haar standpunt. Bij de rechtbank Oost-Brabant haalde hij gedeeltelijk zijn gelijk: die constateerde dat de gemeente in het bezwaarschrift had nagelaten in te gaan op de vluchtroutes. Toch liet de rechtbank de gevolgen van het besluit in stand, omdat de gemeente op de zitting alsnog een voldoende onderbouwing gaf voor beide punten. De bewoner stapte vervolgens naar de Raad van State.

Voor wat betreft de vluchtroutes stelt de Raad van State de bewoner in het ongelijk. Zijn appartement moet worden aangemerkt als een zogeheten subbrandcompartiment, niet als een volledig brandcompartiment. Dat betekent dat de twee vluchtroutes onder bepaalde voorwaarden mogen samenvallen — en dat is precies wat in het complex het geval is, dankzij de aanwezigheid van een veiligheidstrappenhuis. Op dit punt is er dus geen overtreding.

De zaak kantelde echter op het punt van de brandwerendheid zelf. De bewoner voerde aan dat er afwijkingen waren tussen de maatvoering waarvan Peutz was uitgegaan en de werkelijke afmetingen van het gebouw. Hij verwees daarvoor naar een inspectierapport van het Kenniscentrum Glas, waaruit bleek dat de gevelopeningen in werkelijkheid 28 centimeter hoger zijn dan Peutz had aangenomen, en dat de schorten en borstweringen 31 centimeter lager zijn dan berekend. Grotere gevelopeningen betekenen meer risico op brandoverslag.

Opvallend was dat de gemeente op de zitting bij de Raad van State erkende dat deze afwijkingen inderdaad kloppen. Daarmee zakte de juridische grond onder de eerdere afwijzing weg: als de afmetingen zo sterk afwijken van de gebruikte berekeningen, kan het rapport van Peutz niet zonder meer als bewijs dienen dat het gebouw aan de brandveiligheidsnormen voldoet. Nader onderzoek is dus noodzakelijk.

De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en draagt de gemeente Veldhoven op een nieuw besluit te nemen. Daarvoor moet de gemeente nieuwe brandoverslagberekeningen laten uitvoeren, ditmaal uitgaande van de werkelijke afmetingen van het gebouw. Op basis van die berekeningen moet de gemeente opnieuw beoordelen of het complex voldoet aan de brandveiligheidseisen. Ook moet de gemeente het door de bewoner betaalde griffierecht van 279 euro vergoeden.

Betrokken advocaten

mr. A. Evers-van der Smagt

appellant

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202402899/1/R2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1839

Bekijk op rechtspraak.nl