Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1840Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Raad van State weigert omgevingsvergunning 24-uurszorgaccommodatie bij agrarisch gebied — RVS:2026:1840

omgevingsvergunning / ruimtelijke ordening / spuitzoneproblematiek / verklaring van geen bedenkingen

Eiser / verzoeker

College van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (appellant in hoger beroep); [bedrijf] te Sevenum (incidenteel appellant)

VS

Verweerder / gedaagde

[bedrijf] te Sevenum / College van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas

De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de 24-uurszorgaccommodatie; de gemeenteraad mocht de verklaring van geen bedenkingen weigeren vanwege de ligging binnen de spuitzone van agrarische percelen.

  • De gemeenteraad mocht de verklaring van geen bedenkingen weigeren op grond van de spuitzoneproblematiek: het geplande woonzorggebouw ligt op slechts 18 meter van agrarische percelen, terwijl 50 meter als veilige afstand geldt.
  • Bepalend is het planologisch toegestane gebruik (agrarisch grondgebruik met gewasbeschermingsmiddelen), niet de huidige feitelijke situatie waarbij er op een naburig perceel al geen gewassen worden geteeld.
  • Een kortere spuitafstand dan 50 meter vereist een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek; dat ontbreekt hier.
  • Het college was wettelijk verplicht de omgevingsvergunning te weigeren nadat de gemeenteraad de verklaring van geen bedenkingen had geweigerd (artikel 2.20a Wabo).
  • De argumenten over toekomstige ontwikkelingen, nationaal gewasbeschermingsbeleid en mitigerende maatregelen (zoals een driftreducerende haag) zijn onvoldoende om de weigering te doorbreken.

Samenvatting

Een zorgboerderij in Sevenum wilde uitbreiden met een 24-uurszorgaccommodatie voor 31 ouderen met een zorgvraag. Het bedrijf exploiteert al meer dan tien jaar een zorgboerderij op het perceel en bood al dagbestedingsactiviteiten aan. Het nieuwe gebouw zou een oppervlakte krijgen van ongeveer 1.390 vierkante meter, terwijl er 800 vierkante meter aan bestaande bebouwing gesloopt zou worden. Omdat het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan, had het bedrijf een omgevingsvergunning nodig die afwijking van dat plan toestaat.

Voor zo'n afwijkingsprocedure is een zogenoemde 'verklaring van geen bedenkingen' van de gemeenteraad vereist. De gemeenteraad van Horst aan de Maas weigerde die verklaring in april 2023. De kern van het bezwaar: het perceel grenst aan agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt, en op slechts ongeveer 18 meter van het geplande woonzorggebouw. Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State geldt in het algemeen een afstand van 50 meter als veilige spuitvrije zone tussen gevoelige functies zoals wonen en agrarisch grondgebruik waar pesticiden worden gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders was vervolgens wettelijk verplicht de omgevingsvergunning te weigeren.

Het zorgbedrijf voerde aan dat er in de praktijk weinig reden was voor bezorgdheid. Op het aangrenzende perceel ten zuiden was al sinds 2019 geen teelt meer, en daar zou een paardenhouderij komen. Bovendien verbiedt het bestemmingsplan al bomenteelt binnen 30 meter van het perceel. Het bedrijf wees ook op landelijke beleidsdoelstellingen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen drastisch terug te dringen, en betoogde dat de situatie voor bewoners juist zou verbeteren omdat zij bij calamiteiten binnen zouden kunnen blijven. Een driftreducerende haag zou als aanvullende maatregel kunnen worden opgenomen als voorschrift bij de vergunning.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van het zorgbedrijf in november 2024 ongegrond. De rechtbank erkende wel dat het college eerder uitlatingen had gedaan waaruit het bedrijf mocht afleiden dat medewerking zou worden verleend — een beroep op het vertrouwensbeginsel — maar oordeelde dat het zwaarder wegende belang van een goed woon- en leefklimaat dat vertrouwen opzijzette. Zowel het college als het zorgbedrijf gingen in hoger beroep: het college omdat het het oordeel over het vertrouwensbeginsel aanvocht, het zorgbedrijf vanwege het oordeel over de spuitzoneproblematiek.

De Raad van State oordeelt dat de gemeenteraad binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld door de verklaring van geen bedenkingen te weigeren. Het planologisch toegestane gebruik op de aangrenzende agrarische percelen omvat grondgebonden agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik waarbij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden. Dat er op dit moment feitelijk geen gewassen worden geteeld op het naastgelegen perceel, doet daar niet aan af: het gaat om wat planologisch is toegestaan, niet om de huidige feitelijke situatie. De argumenten van het zorgbedrijf over toekomstige ontwikkelingen, het uitvoeringsprogramma gewasbescherming en aanvullende maatregelen zijn onvoldoende om te concluderen dat met een kortere afstand dan 50 meter kan worden volstaan, nu een op de locatie toegesneden zorgvuldig onderzoek daarvoor ontbreekt. De Raad van State bevestigt daarmee de weigering van de omgevingsvergunning voor de 24-uurszorgaccommodatie.

Betrokken advocaten

mr. A.J.H.A. Verkooijen

college

mr. R.C.H. Schrömbges

college

Goedrecht Advocaten, LENT

mr. J.C.M.G. Beusmans

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

202407543/1/R1

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1840

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Raad van State: Den Helder moet schuilstalvergunning opnieuw beoordelen
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gooische Hart verliest strijd om manege met 53 appartementen op Terschelling
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Raad van State buigt zich over vergunning padelpark in Tilburg
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Raad van State vernietigt vergunning zonnepark Aardbrandsven in Budel
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Tilburgse padelhal mag toch gebouwd worden na nieuw parkeervergunningsbesluit
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht