ECLI:NL:RVS:2026:185, Raad van State, 14-01-2026, 202500938/1/A2 — RVS:2026:185
Samenvatting
Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de urgentieverklaring van [appellante], die verleend was op sociale gronden, stopgezet. Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de SUWR aan [appellante] een urgentieverklaring verleend op grond van artikel 5.4, eerste lid, van Bijlage 1 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Dit betreft een urgentieverklaring die wordt verleend in het geval dat iemand als gevolg van bedreiging, ernstig psychisch of fysiek geweld niet meer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. Aanleiding voor de aanvraag was een incident met haar buurman. Na het verkrijgen van een urgentieverklaring begint in de regio Rotterdam fase 1. Dit is de zogeheten ‘zelf-zoek-periode’ die drie maanden duurt. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van Bijlage 1 van de huisvestingsverordening is het bestuursorgaan bevoegd om de urgentieverklaring in te trekken als de houder van de urgentieverklaring na afloop van de eerste fase niet ten minste twaalf keer heeft gereageerd op woningen die voldoen aan het zoekprofiel in de urgentieverklaring.
Betrokken advocaten
mr. A.M.H. Dellaert
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:495, Raad van State, 28-01-2026, 202405116/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:15321, Rechtbank Rotterdam, 22-12-2025, ROT 25/889
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6260, Raad van State, 22-12-2025, 202407191/4/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12831, Rechtbank Rotterdam, 05-11-2025, ROT 24/11845
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202500938/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:185