Raad van State wijst schorsing waterbergingsproject De Onlanden af — RVS:2026:1862
voorlopige voorziening / waterbergingsproject / omgevingsrecht
Eiser / verzoeker
Twee verzoekers: een particulier en een bedrijf gevestigd nabij De Onlanden
Verweerder / gedaagde
College van gedeputeerde staten van Drenthe
De voorzieningenrechter wees beide verzoeken om een voorlopige voorziening af; het projectbesluit blijft in stand en de werkzaamheden mogen doorgaan.
- Particuliere verzoeker heeft geen spoedeisend belang omdat hij de rechtmatigheid van het projectbesluit zelf niet betwist
- Bedrijfsmatige verzoeker heeft wél spoedeisend belang omdat werkzaamheden al zijn gestart
- Maatschappelijk belang van waterveiligheid weegt zwaarder dan individuele bedrijfsbelangen van verzoekster
- Onderzoeken van Antea Group, Witteveen+Bos en Altenburg & Wymenga concluderen dat gevreesde negatieve effecten (vernatting, muggen, blauwtong) niet worden verwacht
- Gronden van verzoekster liggen buiten het projectgebied, wat het risico op directe schade verkleint
Samenvatting
Een agrariër en een bedrijf uit de omgeving van het natuurgebied De Onlanden probeerden bij de Raad van State een streep te zetten door de uitvoering van een groot waterbergingsproject in Drenthe. De voorzieningenrechter wees hun verzoek af.
Het project 'Optimalisatie waterberging De Onlanden' is een maatregel uit het bredere programma 'Droge Voeten 2050'. Het doel is om het natuurgebied ten zuidwesten van de stad Groningen beter in te richten als wateropvanggebied bij extreme neerslag. De waterbergingscapaciteit moet worden uitgebreid van 7,5 naar 12,7 miljoen kubieke meter water. Daarvoor worden onder meer twee nieuwe stuurbare stuwen geplaatst aan de Hooiweg, een bestaande stuw aangepast en kades verhoogd. De provincie Drenthe stelde het projectbesluit in augustus 2025 vast.
Tegen dat besluit tekenden twee partijen bezwaar aan en vroegen tegelijk om een voorlopige voorziening om de werkzaamheden stil te leggen. De eerste verzoeker, een particulier, bleek echter tijdens de procedure te hebben aangegeven dat hij de rechtmatigheid van het projectbesluit zelf niet aanvecht. Zijn bezwaren richtten zich niet op de inhoud van het besluit, maar op de manier waarop de provincie, het waterschap en de gemeente hun taken uitvoeren. Daarmee ontbrak voor hem een spoedeisend belang om een schorsing te rechtvaardigen.
Het tweede verzoek, van een bedrijf gevestigd buiten het projectgebied, was inhoudelijk wél ontvankelijk. Het bedrijf vreesde voor vernatting van zijn gronden, toename van muggen- en knuttenplaag en het risico op verspreiding van het blauwtongvirus als gevolg van de extra waterberging. Die zorgen erkende de voorzieningenrechter als spoedeisend, omdat de werkzaamheden al waren begonnen.
Toch vond de rechter de belangen niet opwegen tegen het maatschappelijke belang van het project. De gronden van het bedrijf liggen buiten het projectgebied. Bovendien waren de gevreesde negatieve effecten al grondig onderzocht: een milieueffectrapport van Antea Group, een geohydrologische effectenanalyse van Witteveen+Bos en een risicoanalyse van steekmuggenoverlast door onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga concludeerden alle dat de gevreesde gevolgen niet worden verwacht. De voorzieningenrechter oordeelde dat het maatschappelijk belang — het voldoen aan waterveiligheidsnormen en het voorkomen van onaanvaardbare wateroverlast voor inwoners — zwaarder weegt dan de individuele zorgen van het bedrijf.
De voorzieningenrechter wees beide verzoeken om een voorlopige voorziening af. De werkzaamheden aan het waterbergingsproject kunnen daarmee doorgaan. De bodemprocedure, waarin het beroep inhoudelijk wordt behandeld, moet nog volgen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:94, Rechtbank Noord-Nederland, 19-01-2026, C/18/251143 / KG ZA 25-217
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5582, Rechtbank Noord-Nederland, 29-12-2025, LEE 25/5246
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6362, Raad van State, 24-12-2025, 202303687/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5497, Rechtbank Noord-Nederland, 23-12-2025, LEE AWB 25/5078
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202505260/2/R3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1862