Raad van State verbiedt uitzetting asielzoeker hangende hoger beroep — RVS:2026:1886
asiel / voorlopige voorziening uitzettingsverbod
Eiser / verzoeker
asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe: uitzetting van de asielzoeker is verboden totdat op het hoger beroep is beslist, en de minister moet €934,00 aan proceskosten vergoeden.
- Voorzieningenrechter treft voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb zonder uitgebreide motivering (artikel 8:83 lid 3 Awb)
- Uitzetting van verzoeker is verboden totdat op het hoger beroep is beslist
- Rechtbank Den Haag had het beroep eerder ongegrond verklaard op 19 maart 2026
- Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot betaling van €934,00 proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand
Samenvatting
Een asielzoeker heeft bij de Raad van State met succes een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen, terwijl haar hoger beroep nog loopt.
De minister van Asiel en Migratie had op 8 juli 2025 de asielaanvraag van de vrouw afgewezen. Zij tekende beroep aan bij de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem), maar die verklaarde haar beroep op 19 maart 2026 ongegrond. Hierop stelde zij hoger beroep in bij de Raad van State en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening: zij wilde niet worden uitgezet zolang op het hoger beroep nog geen beslissing is gevallen, en vroeg ook om recht op opvang en voorzieningen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek ingewilligd. Zonder uitgebreide motivering — wat gebruikelijk is bij dit soort spoedbeslissingen op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht — oordeelde de rechter op basis van wat is aangevoerd dat een voorlopige voorziening op zijn plaats is.
De Raad van State verbood daarmee de uitzetting van de vrouw totdat in het hoger beroep een definitieve uitspraak is gedaan. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op €934,00 voor professioneel verleende rechtsbijstand.
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
BRS.26.001444
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1886