ECLI:NL:RVS:2026:190, Raad van State, 14-01-2026, 202402888/1/A3 — RVS:2026:190
Samenvatting
Bij besluit van 29 december 2021 heeft de burgemeester van Amsterdam besloten om de woning aan de [locatie] in Amsterdam voor drie maanden te sluiten. [appellant] woont met zijn vrouw en hun twee zonen [zoon 1] en [zoon 2] [appellant] in de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Op 12 november 2021 heeft de politie een tip ontvangen dat [zoon 2] [appellant] in het bezit zou zijn van een vuurwapen. Hij is dezelfde dag aangehouden wegens vuurwapenbezit. Naar aanleiding van deze aanhouding heeft de politie de woning doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werd 1,5 kg softdrugs, ruim 100 gr cocaïne, een steekwapen en een drugspers aangetroffen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten en dat de sluiting in dit geval noodzakelijk en niet onevenwichtig was. De burgemeester mocht dus overgaan tot sluiting van de woning. [appellant] betoogt dat de burgemeester gelet op de voorliggende feiten en omstandigheden niet direct tot sluiting van de woning had mogen overgaan, maar eerst een waarschuwing had moeten geven. De rechtbank heeft dat volgens hem niet onderkend.
Betrokken advocaten
mr. M.I. Houben
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:7586, Rechtbank Amsterdam, 14-10-2025, AMS 25/5568
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6977, Rechtbank Amsterdam, 19-09-2025, AMS 24/2675
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6978, Rechtbank Amsterdam, 19-09-2025, AMS 24/2778
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6830, Rechtbank Amsterdam, 09-09-2025, AMS 25/4333
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402888/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:190