Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1917Bestuursrecht

Rijksmonumentsubsidie Loosdrecht terecht op nihil vastgesteld — RVS:2026:1917

subsidievaststelling / rijksmonumenten / instandhoudingssubsidie

Eiser / verzoeker

Eigenaar rijksmonument Loosdrecht (appellant)

VS

Verweerder / gedaagde

Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Hoger beroep ongegrond verklaard; de instandhoudingssubsidie van €40.614 blijft definitief vastgesteld op nihil.

  • Werkzaamheden uitgevoerd vóór de subsidieperiode (2015) zijn niet subsidiabel op grond van de Sim, ook al zijn ze feitelijk aan het monument verricht.
  • Het plaatsen van isolerend glas was niet technisch noodzakelijk voor de instandhouding van het monument en daarmee evenmin subsidiabel.
  • Voor vervanging van glas was voorafgaande goedkeuring van de minister vereist, die niet was gevraagd of verleend.
  • Hoge eigen kosten van de monumenteigenaar vormen geen grond om de nihilstelling als onevenredig te beschouwen.
  • Rechtbank vernietigde het bezwaarsbesluit wegens motiveringsgebrek (glasfacturen niet beoordeeld), maar liet de rechtsgevolgen in stand; Raad van State bevestigde dit oordeel.

Samenvatting

Een eigenaar van een rijksmonument in Loosdrecht heeft zijn instandhoudingssubsidie volledig zien verdampen. De Raad van State bevestigde op 8 april 2026 dat de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de subsidie terecht op nihil heeft vastgesteld, nadat was gebleken dat de eigenaar de gesubsidieerde werkzaamheden niet of niet correct had uitgevoerd.

De eigenaar had in 2016 een subsidie gekregen van ruim 40.000 euro op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). Die subsidie was bedoeld voor normaal onderhoud aan zijn pand in Loosdrecht — een rijksmonument — in de periode 2017 tot en met 2022. Na afloop van die periode bleek dat de eigenaar de subsidie niet kon verantwoorden: hij had geen prestatieverklaring of inspectierapport overgelegd van de gedeclareerde werkzaamheden.

Bovendien was de kern van het probleem dat de meeste werkzaamheden waarop hij zich beriep — waaronder schilderwerk — al in 2015 waren uitgevoerd, dus vóór de subsidieperiode begon. Kosten voor werkzaamheden die vóór de subsidieverlening zijn aangevangen of voltooid, zijn volgens de regeling uitdrukkelijk niet subsidiabel. De enige werkzaamheden die wél binnen de subsidieperiode vielen, betrof het plaatsen van isolerend glas. Maar ook daarvoor gold een struikelblok: de glazen waren aangebracht om het monument te verduurzamen, niet omdat vervanging technisch noodzakelijk was voor de instandhouding. Dat maakt de kosten evenmin subsidiabel onder de regeling.

De eigenaar voerde aan dat de werkzaamheden hoge kosten met zich hadden meegebracht en dat er onvoldoende rekening was gehouden met de 'menselijke maat'. De Raad van State ging daar niet in mee. De loutere omstandigheid dat iemand veel geld heeft uitgegeven, is geen reden om een nihilstelling als onevenredig te beschouwen. Ook bleek op de zitting dat de eerdere miscommunicatie over de werkzaamheden uit 2015 samenhing met verwarring rond een eerder verleende subsidie uit 2011 voor hetzelfde monument, en dus niet kon worden aangerekend aan de staatssecretaris.

De rechtbank Midden-Nederland had eerder al geoordeeld dat de staatssecretaris weliswaar een motiveringsgebrek had begaan — hij had de door de eigenaar ingebrachte glasfacturen niet beoordeeld in de bezwaarprocedure — maar dat dit inhoudelijk niet tot een andere uitkomst leidde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit om formele redenen, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad van State bevestigde die redenering volledig.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De subsidie van ruim 40.000 euro wordt definitief op nihil vastgesteld, en de eigenaar krijgt geen proceskostenvergoeding.

Betrokken advocaten

mr. L.J. Tigelaar

verweerder

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202503859/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1917

Bekijk op rechtspraak.nl