Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1954Bestuursrecht

Bestemmingsplan 's-Gravendeel blijft staan ondanks parkeerklachten bewoners — RVS:2026:1954

bestemmingsplan / ruimtelijke ordening / parkeerbeleid

Eiser / verzoeker

Twee omwonenden wonend in 's-Gravendeel

VS

Verweerder / gedaagde

Raad van de gemeente Hoeksche Waard

Het beroep van de omwonenden is ongegrond verklaard; het bestemmingsplan voor 31 nieuwe woningen in 's-Gravendeel blijft in stand.

  • Parkeeronderzoek IV-Infra is gebaseerd op tellingen uit zowel 2022 als 2024 en bevat geen feitelijke onjuistheden over het aantal parkeerplaatsen aan de Strijensedijk.
  • Na aftrek van de bestaande parkeervraag van partycentrum Concordia en de woning met schuur is de netto parkeerbehoefte voor nieuwe bewoners 18 plaatsen, die volledig op eigen terrein worden gerealiseerd.
  • De gemeente hoeft bij bestemmingsplanvaststelling geen bestaand parkeertekort op te lossen, alleen de toename door de nieuwe woningen in te passen.
  • Bezoekersbehoefte van 9 parkeerplaatsen wordt opgevangen door openbare parkeerruimte binnen 100-200 meter, conform de gemeentelijke beleidsregel en CROW-normen.
  • Alternatieven zoals ondergrondse parkeergarage of inzet van groenstroken hoefden niet nader onderzocht te worden nu de parkeerbehoefte anderszins aantoonbaar kan worden opgevangen.

Samenvatting

In het Zuid-Hollandse 's-Gravendeel wil projectontwikkelaar BAUh Projectontwikkelaars B.V. 31 nieuwe woningen bouwen op twee locaties: 20 sociale huurwoningen op de plek van het voormalige partycentrum Concordia aan de Dr. Bossersstraat en 11 woningen aan de Strijensedijk. De gemeente Hoeksche Waard stelde hiervoor in september 2024 een bestemmingsplan vast. Twee omwonenden maakten bezwaar en stapten naar de Raad van State.

De appellanten vrezen dat de komst van de nieuwe woningen de al bestaande parkeerdruk in de buurt onaanvaardbaar zal verhogen. Zij twijfelden aan de deugdelijkheid van het parkeeronderzoek, dat naar hun mening deels gebaseerd was op verouderde tellingen uit 2022. Ook vonden zij dat de gemeente onvoldoende had gekeken naar alternatieve oplossingen, zoals een ondergrondse parkeergarage, het privatiseren van bestaande parkeerplaatsen of het omvormen van groenstroken tot parkeerruimte. Daarnaast stelden zij dat de gehanteerde loopafstanden naar parkeerplaatsen zo groot zijn dat mensen zich er in de praktijk niets van zullen aantrekken.

De Raad van State oordeelt dat deze bezwaren geen doel treffen. Het verwijt dat het parkeeronderzoek alleen op cijfers uit 2022 gebaseerd zou zijn, klopt feitelijk niet: het memo van onderzoeksbureau IV-Infra bevat tellingen uit zowel februari 2022 als april 2024. Uit beide reeksen bleek op alle gemeten momenten voldoende restcapaciteit in de openbare ruimte binnen een loopafstand van 100 tot 200 meter van de bouwlocaties.

Over de parkeerbehoefte zelf is de redenering van de gemeente helder: doordat de bestaande bestemming van de locaties (een partycentrum en een woning met schuur) al parkeervraag genereerde, hoeft alleen de toéname in parkeerbehoefte te worden ingepast. Na die aftrek bedraagt de netto parkeerbehoefte voor bewoners van de nieuwe woningen 18 plaatsen. Die kunnen volledig worden gerealiseerd bij het nieuwe complex aan de Concordia-locatie. Voor bezoekers — in totaal 9 plaatsen — is voldoende openbare parkeerruimte beschikbaar op loopafstand. De gemeente heeft bovendien inmiddels twee extra parkeerplaatsen aan de plannen toegevoegd.

De bewering dat een onjuist aantal parkeerplaatsen aan de Strijensedijk zou zijn meegeteld, verwerpt de Afdeling eveneens. In het memo is uitgelegd dat de zes parkeerplaatsen tegenover nummer 22 beter gemarkeerd zullen worden, maar dat dit geen toevoeging van capaciteit betreft. De appellanten hebben niet aangetoond dat de getelde negen parkeerplaatsen op die locatie feitelijk onjuist zijn.

Ten aanzien van de alternatieve parkeeroplossingen stelt de Afdeling dat de gemeente geen verplichting heeft om bij de vaststelling van een bestemmingsplan alle denkbare alternatieven uitvoerig te onderzoeken, zolang aannemelijk is dat de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen adequaat kan worden opgevangen. Aan dat criterium is voldaan.

De Raad van State verklaart het beroep van de twee omwonenden ongegrond. Het bestemmingsplan voor de 31 nieuwe woningen in 's-Gravendeel blijft daarmee ongewijzigd in stand.

Betrokken advocaten

P.J.M. Gouw

appellanten

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202406858/1/R3

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1954

Bekijk op rechtspraak.nl