Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:1958Bestuursrecht

Camping Veldzicht verliest strijd om uitbreiding op Terschelling — RVS:2026:1958

ruimtelijke ordening / bestemmingsplan / wijzigingsbevoegdheid kampeerterrein

Eiser / verzoeker

Camping Veldzicht B.V.

VS

Verweerder / gedaagde

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling

Het beroep van Camping Veldzicht is ongegrond verklaard; de weigering van de gemeente Terschelling om de bestemmingswijziging toe te staan blijft in stand.

  • De rechtbank Noord-Nederland was onbevoegd om het beroep te beoordelen; beroep tegen een bestemmingsplanwijzigingsbesluit staat alleen open bij de Raad van State.
  • De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd; de Raad van State beoordeelde het beroep zelf en verklaarde de rechtbank onbevoegd.
  • Camping Veldzicht voldoet niet aan de voorwaarde dat de uitbreiding een bestaand kampeerterrein van de aanvrager betreft dat direct aansluit op het wijzigingsgebied.
  • De beleidsregels kamperen Terschelling 2010 en de bijbehorende bijlage stellen een aansluitingseis die het college mocht toepassen, ook al is die niet letterlijk in de planregels opgenomen.
  • Het college was bevoegd de aanvraag tot bestemmingswijziging af te wijzen omdat niet aan alle wijzigingsvoorwaarden werd voldaan.

Samenvatting

Camping Veldzicht op Terschelling wilde al jaren uitbreiden. De camping, gevestigd aan de Noordlandweg in Midsland, vroeg in 2020 aan de gemeente om een naburig agrarisch perceel te mogen omzetten naar recreatiebestemming. Het plan was om elders een kampeerterrein te saneren en de vrijkomende plaatsen te verplaatsen naar het nieuwe perceel, en tegelijk de bestaande camping te verbeteren. Maar de gemeente Terschelling weigerde, en die weigering bleek uiteindelijk stand te houden.

Een opvallend procedureel probleem speelde de zaak parten. De rechtbank Noord-Nederland had het beroep van Camping Veldzicht in december 2023 inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De Raad van State constateerde echter ambtshalve dat de rechtbank daartoe helemaal niet bevoegd was. Het ging om een besluit over de wijziging van een bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening, en daarvoor geldt dat beroep uitsluitend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden ingesteld, niet bij de gewone rechtbank. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd en de zaak beoordeeld door de Raad van State zelf.

Inhoudelijk draait de zaak om de vraag of het perceel aan de Tijs Smitweg kon worden aangemerkt als een 'uitbreiding van een bestaand kampeerterrein'. Camping Veldzicht en het beoogde uitbreidingsperceel liggen namelijk niet direct aan elkaar. Tussen beide terreinen ligt een andere camping: Hoeve 't Noord. De afstand bedraagt ongeveer 85 meter. Volgens de gemeente voldoet dat niet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan, dat uitbreiding alleen toestaat als het gaat om gronden die aansluiten bij het bestaande kampeerterrein van de aanvrager.

Camping Veldzicht betwistte die uitleg. Volgens de camping stelt het bestemmingsplan nergens expliciet dat er een directe fysieke aansluiting vereist is. De aansluitingseis zou bovendien zijn terug te voeren op beleidsregels die oorspronkelijk zijn opgesteld voor een ander bestemmingsplan — het 'Buitengebied 2008' — dat al door de Raad van State is vernietigd. In het huidige plan zijn specifieke percelen aangewezen, in een beperktere opzet, en de aansluitingseis heeft daarin volgens de camping geen betekenis meer. Ook wees de camping erop dat bij zogenoemde jaarstandplaatsen, waarbij kampeermiddelen zijn voorzien van eigen keuken en sanitair, de eis van aansluiting evenmin wordt gesteld.

De Raad van State volgde de camping niet in dit betoog. De conclusie is dat niet is voldaan aan de voorwaarden van het bestemmingsplan voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid, zodat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep van Camping Veldzicht werd ongegrond verklaard.

Betrokken advocaten

mr. E.T. de Jong

eiser

ZYPP advocaten, ARNHEM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202400592/1/R3

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:1958

Bekijk op rechtspraak.nl